Van speciaal naar regulier: hoe een mentor het verschil maakt

De overstap van het voortgezet speciaal onderwijs (vso) naar het regulier voortgezet onderwijs (vo) is een grote stap voor leerlingen. Hoe begeleid je deze leerling als mentor? En wat maakt een overstap succesvol? Tim van Noord, mentor en docent geschiedenis op het Bredero, deelt zijn ervaringen met een leerling met TOS (taalontwikkelingsstoornis) die de overstap maakte van het vso naar havo 3.

bredero-mavo-schoolgebouw-768x517.jpg

Begeleiding bij TOS

Leerlingen met TOS krijgen voor de overstap naar regulier een logopedisch onderzoek bij Viertaal om vast te stellen of ze nog aan de ernstmaat van TOS voldoen. Is dat het geval, dan kijkt een ambulant begeleider samen met de leerling, ouders en school welke ondersteuning nodig is. Dat kan extra tijd voor toetsen zijn, of het gebruik van een woordenboek. De mentor communiceert dit vervolgens met de docenten. Wanneer deze ondersteuning niet nodig is, biedt Viertaal een nazorgtraject voor een zachte landing op de nieuwe school.

De rol van de mentor

Tim: “Aan het begin van het schooljaar krijg je als mentor een overzicht van alle leerlingen die overstappen. Deze leerling kwam binnen met een duidelijke ondersteuningsbehoefte omdat hij TOS heeft, maar het viel op dat hij al meteen veel op eigen kracht deed.”

Tims begeleiding voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften verschilt niet wezenlijk van die voor zijn andere mentorleerlingen. “Het zit ‘m vooral in de kleine dingen, dat je je communicatie afstemt op wat een leerling prettig vindt. We hadden van die kleine contactmomentjes. Soms even vluchtig op de gang. ‘Ben je oké?’ of ‘hoe ging het?’ als ik wist dat hij ergens mee bezig was. Ook bleef hij vaak even hangen na de les. Soms om z’n zorgen te uiten, maar net zo vaak om te zeggen dat het een leuke les was,” vertelt Tim. Gewoon even inchecken, zonder dat elk contact meteen een uitgebreid gesprek hoefde te zijn.

Succesfactoren voor de overstap

Wat maakte deze overstap succesvol? Allereerst de persoonlijke eigenschappen van de leerling: doorzettingsvermogen, een enorme wil om te slagen, en de kracht om door te zetten bij tegenslag. Hij had een duidelijk doel voor ogen en liet zich door niets tegenhouden. Daarnaast was hij sociaal sterk en durfde hij om hulp te vragen.

Ook de rol van thuis was cruciaal. De leerling komt uit een liefdevol gezin. "Hij heeft ontzettend veel steun thuis gehad en de ruimte om te slagen," aldus Tim. Tegelijkertijd voelde hij daardoor ook druk: hij móést slagen, hij móést zijn havodiploma halen.

Verder hielp het dat de leerling in havo 3 instroomde – een klas die net gevormd was na de tweejarige vmbo-t/havo-brugklas, waardoor er nog geen vaste groepjes waren. "Ik was in het begin een beetje bang voor zijn sociale integratie, maar hij kwam in een fijne klas terecht. Hij heeft zich wel even moeten weren, want ze gaan hem natuurlijk testen als nieuweling, maar daar reageerde hij goed op. Hij was volwassen voor zijn leeftijd, ook in de omgang. In jaar vier en vijf zag ik hem echt tot bloei komen," vertelt Tim.

Zijn werkhouding compenseerde de uitdagingen die hij door zijn TOS had. "Hij heeft het hele reguliere programma meegedaan. Hij zat altijd voorin de klas en deed zijn eigen ding. De verlengde toetstijd was soms wel een beetje lastig, want het hele lesrooster is gebaseerd op het gemiddelde. Maar als een lesuur 50 minuten duurde en hij recht had op 10 minuten extra toetstijd, dan liep zijn rooster in de war. Soms moest hij ergens anders zijn toets afmaken omdat het lokaal weer gebruikt werd voor het volgende lesuur." De leerling had zijn eigen technieken ontwikkeld. Zo had hij een modus gevonden om het werk in de klas te combineren met wat hij thuis of onder begeleiding op het Studieplein kon doen. En hij las de toetsvragen hardop voor zichzelf voor.

De dag van de examenuitslagen was extra spannend. "Bij de examenuitslagen is hij wel een van de eerste leerlingen naar wie je kijkt of hij geslaagd is. Natuurlijk gun je het iedereen, maar omdat je weet welke weg hij heeft afgelegd en hoe hard hij ervoor heeft gewerkt, gun je het hem misschien net wat extra."

Advies voor mentoren

Het belangrijkste advies? "Een leerling, zeker een nieuwe leerling, wil in eerste instantie altijd gezien worden. Het vertrouwen krijgen. En het idee hebben dat hij of zij altijd om hulp kan vragen." Laat merken dat je het leuk vindt dat de leerling in je klas zit en dat je bereid bent het onderste uit de kan te halen.

Voor Tim draait het mentoraat om twee kernwaarden: vertrouwen en duidelijkheid. "Leerlingen kunnen altijd eerlijk tegen me zijn, want ik ben ook eerlijk tegen hen. Ze mogen ook altijd om hulp vragen en behouden mijn vertrouwen totdat het echt beschaamd wordt. Dat werkt voor de meeste leerlingen erg goed. Ze weten dat ik altijd mijn best voor ze doe."

En tot slot: begin met een schone lei. Tim: "Ik heb liever dat een leerling eerst zelf ervaring opdoet en leert van zijn fouten, voordat ik ga vertellen wat de juiste weg is." Dit geldt voor elke leerling, met of zonder ondersteuningsbehoefte. "Geef ze de ruimte om te groeien en laat ze weten dat je er bent als het nodig is."

tim_van_noord.png

Lees meer

Vragen of opmerkingen?

Vul dit formulier in. Wij nemen zo snel mogelijk contact met je op.

Gaat je een vraag over een specifieke leerling, vermeld dan ook je telefoonnummer en of de leerling ingeschreven staat op een school (en zo ja: welke school).