Kinderen zijn leerplichtig van hun vijfde jaar tot aan het eind van het schooljaar waarin ze zestien worden. Daarna volgt de kwalificatieplicht: jongeren tussen de zestien en achttien jaar oud moeten onderwijs volgen totdat ze een startkwalificatie hebben. Dat betekent dat ze minimaal een havo- of een mbo-2-diploma moeten hebben gehaald. Jongeren die op hun achttiende nog niet aan deze eisen voldoen, noemen we bovenleerplichtig. Deze jongeren worden tot hun drie√ęntwintigste door de gemeente ondersteund om alsnog een startkwalificatie te halen. Dat kan op school of via een leerwerktraject.

De leerplichtambtenaar

Het toezicht op de leerplicht wordt verzorgd door de leerplichtambtenaren van Bureau Leerplicht Plus. Zij behandelen het ongeoorloofd verzuim en de (dreigende) uitval van leerplichtige en bovenleerplichtige leerlingen. Bij een leerplichtige jongere is sprake van schooluitval als hij of zij niet (meer) staat ingeschreven bij een school. Dat noemen we absoluut verzuim. Bij bovenleerplichtige jongeren spreken we van schooluitval als ze geen startkwalificatie hebben en niet op een school zijn ingeschreven.

De leerplichtambtenaren werken niet alleen vanuit de school, maar ook vanuit het stadsdeel. Op deze manier kunnen ze ook toezicht houden op kinderen en jongeren die niet (meer) op een school staan ingeschreven. Leerplichtambtenaren die aan een school verbonden zijn, zitten vaak ook in het Zorgadviesteam van die school.

Wanneer wordt de leerplichtambtenaar ingeschakeld?

Ouders zijn er verantwoordelijk voor dat hun kinderen naar school gaan. Als zij zonder geldige reden verzuim toestaan of hun kind thuis houden, worden ze daar eerst door de school op aangesproken. Als dat geen effect heeft, meldt de school het verzuim bij de gemeente. Die schakelt vervolgens de leerplichtambtenaar in, om te onderzoeken wat de reden is van het verzuim. De leerplichtambtenaar maakt afspraken met de ouders en de leerling om ervoor te zorgen dat de leerling weer naar school gaat. Ook geeft hij informatie en advies als de ouders of leerling extra ondersteuning nodig hebben.

Straf

Als de ouders en/of leerling niet willen meewerken aan de aanpak van het verzuim, kan de leerplichtambtenaar een proces-verbaal opmaken. Vervolgens bepaalt het Openbaar Ministerie of het Veiligheidshuis, mede op basis van informatie van de school, of er een straf moet worden opgelegd. Dat kan een leer- of werkstraf zijn, een speciale spijbelstraf, een opvoedcursus of een boete.

De rol van de school

Scholen zijn wettelijk verplicht om in- en uitschrijvingen en ongeoorloofd verzuim van leerplichtige leerlingen te melden aan de gemeente. Er zijn verschillende vormen van verzuim die scholen moeten melden:

  • regelmatig te laat komen
  • drie of meer dagen aaneengesloten verzuim
  • verzuim gelijk aan of meer dan 1/8 van de lestijd binnen vier aaneengesloten lesweken
  • luxe verzuim (ongeoorloofd verzuim voor of na een vakantie)


Bij bovenleerplichtige leerlingen geldt dat scholen het verzuim moeten melden van leerlingen die twintig aaneengesloten lesdagen niet op school zijn geweest. Scholen mogen ook eerder melding maken als er zorgen zijn over een verzuimende leerling. Als scholen zich niet aan hun meldplicht houden, kan proces-verbaal worden opgemaakt tegen de directie van de school.

Sommige scholen hebben een leerplichtspreekuur, waarin de leerplichtambtenaar preventieve gesprekken voert met leerlingen die veel verzuimen. In de toekomst zal gekeken worden of de ouder- en kindadviseur deze taak kan overnemen.

De leerplichtconsulent

Om de leerplicht extra te ondersteunen is er een leerplichtconsulent verbonden aan het Samenwerkingsverband. Deze consulent controleert of scholen zich houden aan hun meldplicht en helpt ze bij het opzetten van een goed verzuimbeleid.

Verzuim melden

Scholen moeten verzuim per brief, fax of e-mail melden bij:
Leerling Administratieve Sectie (LAS)
Postbus 1722
1000 BS Amsterdam
e-mail: las@dmo.amsterdam.nl