De reservegelden van het Samenwerkingsverband VO Amsterdam-Diemen

Op 6 december publiceerde het ministerie van OCW de tiende voortgangsrapportage passend onderwijs. Een onderdeel daarvan, namelijk Financiële middelen voor passend onderwijs nog niet overal besteed, heeft in het onderwijsveld tot verontruste reacties geleid. In dat hoofdstuk wordt gemeld dat er bij verschillende samenwerkingsverbanden heel veel geld op de plank ligt dat ten goede had moeten komen aan het onderwijs. Het Samenwerkingsverband VO Amsterdam-Diemen (SWV) is een van die samenwerkingsverbanden met veel reservegelden. Het lijkt ons goed om u via onze nieuwsbrief inzicht te geven in de achtergrond daarvan: waar komen onze reserves vandaan, waar dienen ze voor, wat gaat er in de toekomst mee gebeuren en voor welke afwegingen staat het SWV?

Geschiedenis
De Vereniging SWV VO Amsterdam-Diemen werd in 2014 opgericht en nam daarbij de plaats in van twee stichtingen: één voor het VO in Amsterdam-Noord en één voor het VO in de rest van de stad. Deze stichtingen hadden beide een reserve opgebouwd. De schoolbesturen die aangesloten waren bij de twee stichtingen hebben deze gehele reserve aan de nieuw op te richten vereniging geschonken. Hun overweging daarbij was dat de nieuwe vereniging, die zich op een nog niet geplaveid pad zou gaan begeven, een buffer nodig had om onvoorziene ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden.

Onvoorziene groei
Hoe het passend onderwijs zich zou gaan ontwikkelen was vanaf de invoering ervan ongewis. De wet was nieuw en wat het effect zou zijn was de eerste jaren niet te voorspellen. Dankzij de reserve-gelden kon de nieuwe vereniging van start in het vertrouwen dat eventuele onvoorziene ontwikkelingen haar niet fataal zouden worden. In 2014, het eerste jaar, deden zich geen grote verrassingen voor en was er geen sprake van onverwachte groei. Het tweede jaar daarentegen liet een onvoorziene tussentijdse groei van het VSO zien. De kosten daarvan bedroegen bijna negen ton, een bedrag dat het SWV onder andere uit haar reserves heeft betaald. Ook paste DUO onlangs een correctie toe op SWV, omdat het leerlingenaantal voor het leerwegondersteunend onderwijs (Lwoo) hoger bleek te zijn dan DUO eerder had berekend. Met die correctie was een bedrag gemoeid van drie ton.

Lwoo en Pro
In vergelijking met het landelijk gemiddelde is het Amsterdamse deelnemerspercentage Lwoo en Pro  (praktijkonderwijs) hoog. Sinds de invoering van passend onderwijs was de verwachting dat het deelnamepercentage Lwoo en Pro ook landelijk verevend zou worden. Dat zou voor het SWV een tekort van ruim 8 miljoen betekenen, een bedrag dat het SWV uit haar reserves zou hebben moeten betalen. Maar zover kwam het tot dusver niet. De verevening kwam ter discussie te staan, waarna het huidige kabinet haar besluit opschortte en doorschoof naar een volgend kabinet. De verwachting is dat er in de nabije toekomst een andere verdeelsleutel zal worden gehanteerd die minder ongunstig zal uitpakken voor Amsterdam. In dat geval kan een aanzienlijk deel van het gereserveerde geld ten goede komen aan de extra ondersteuningsmiddelen van de scholen. Het wachten is nu op het officiële besluit van een volgend kabinet.

Stabilisatie
De samenwerkingsverbanden stonden bij de invoering van passend onderwijs voor nieuwe ontwikkelingen en er was nog geen goed zicht op de te ontvangen middelen en kengetallen. Daarom was het voor het SWV van belang om voldoende reserves achter de hand te houden voor het opvangen van tegenvallers en onvoorziene ontwikkelingen. Inmiddels  beginnen na ruim twee jaar de effecten op de langere termijn van de Wet passend onderwijs zichtbaar te worden en kunnen we voorzichtig spreken van stabilisatie. Dat geeft ons de ruimte om reserves over te hevelen naar de scholen waarvoor dat geld voor een belangrijk deel bestemd is. In lijn daarmee heeft het SWV al een half jaar geleden in de meerjarenbegroting opgenomen dat er de komende drie jaar in totaal 6 miljoen extra aan de scholen ten goede zal komen.

Samenvattend kunnen we stellen dat de reserves binnen drie jaar teruggebracht worden tot de wenselijke en noodzakelijke omvang. De bufferreserve voor Lwoo en Pro wordt aangewend zodra er in het kabinet een besluit genomen is over een nieuwe regeling.

18 januari 2017