In gesprek met….. Anneke Volp, teamleider Vox-klassen

Vox-klassen is een nieuw onderwijsinitiatief van  scholengroep VOvA dat dit schooljaar van start ging. Leerlingen met verschillende schooladviezen, van vmbo tot en met vwo, volgen projectonderwijs in dezelfde leergang en groep. Er zijn geen afzonderlijke vakken of lokalen, er worden zo min mogelijk boeken gebruikt en de leerlingen krijgen geen cijfers. Hoe werkt dat? We interviewen teamleider Anneke Volp op het Leerplein, een grote, open ruimte met veel licht. Na enige tijd stormt de groep van 21 leerlingen binnen. De kinderen zoeken twee aan twee hun plek aan een van de grote tafels, klappen hun laptops open en gaan aan het werk. De sfeer is levendig en intens.

Wat zijn de leerlingen aan het doen?
Ze hebben zojuist informatie gekregen over een nieuw project dat ze gekozen hebben en gaan daar nu mee aan de slag. Wij volgen steeds de cyclus van projectmatig of methodisch werken. Je begint met jezelf vragen te stellen over het onderwerp, daarna oriënteer je je door middel van literatuuronderzoek. In het praktische deel ga je iets maken, daarna presenteer je je product en dat kan van alles zijn: een verslag, een film, een ‘ding’, of een toets voor de andere leerlingen. Tot slot reflecteer je op wat je gedaan hebt. Zo leer je je eigen werk op waarde te schatten. De projecten zijn heel divers. We hebben bijvoorbeeld een project gedaan in samenwerking met het Rijksmuseum en daarbij komt heel veel aan de orde: geschiedenis, levensbeschouwing, kunst, wiskunde. Niet als afzonderlijke vakken, maar in samenhang met elkaar.

Voor welke leerlingen zijn de Vox-klassen bedoeld?
Dit is bij uitstek onderwijs voor kinderen die graag dingen willen maken, de doeners en de onderzoekers. Zij hebben er niet genoeg aan – of vinden het saai – om aan de hand van een instructie te werken. Ze hebben de ruimte nodig om zelf dingen uit te vogelen en leren daar heel veel van.  We zijn nu vijf maanden bezig en we zien met hoeveel plezier onze leerlingen naar school gaan. Dat horen we ook van ouders. De kinderen voelen zich gezien en uitgedaagd om het beste uit zichzelf te halen, dat is spannend en interessant. Ze doen het goed.

Wat voor leerkrachten horen daar bij? Hebben die een speciale achtergrond?
Nee, ze komen overal vandaan, het is een bepaald type mens. Ze vinden het leuk om dingen anders te doen en ze zijn allemaal heel eigenwijs. We draaien met zijn drieën het Leerplein, er is een gymdocent en daarnaast zijn er een paar experts voor specifieke onderdelen - zoals wiskunde - die helpen ontwikkelen en nakijken. Ook hebben we iemand die het zorgplan en het pedagogisch klimaat bewaakt. Het is een enthousiast team. Om zo’n project te draaien waarin de verschillende aspecten van een onderwerp in hun samenhang aan bod komen, moeten wij ons goed voorbereiden en ons huiswerk doen.

Maar de leerlingen hebben geen huiswerk.
Dat klopt, er is geen huiswerk in letterlijke zin. Maar ze moeten wel hun doelen halen. Voor zichzelf, maar ook voor de leerlingen met wie ze samenwerken. De meeste projecten lopen van maandag tot en met vrijdag en veel leerlingen blijven op woensdag, onze kortste schooldag, wat langer om aan hun project te werken. Ook op donderdagmiddag blijven veel kinderen wat langer hangen. Niet omdat de juf dat eist, maar omdat ze het zelf nodig vinden. En dat is een wereld van verschil. Ze voelen zich verantwoordelijk voor wat ze zijn aangegaan. Dat gaat natuurlijk niet altijd goed, het is een leerproces. In principe controleren we niet of een leerling zinvol met zijn project bezig is; er is dus veel vrijheid. Maar die vrijheid brengt ook verantwoordelijkheid met zich mee. Als een leerling  niet genoeg tijd aan zijn project besteedt, leert hij niet genoeg en levert hij niet de bijdrage aan de groep die van hem verwacht mag worden. Dan grijpen wij in door de vrijheid in te perken, totdat dat niet meer nodig is. Het is ook een sociaal proces. Kinderen kiezen zelf hun groepjes uit en als jij het af laat weten, word je niet meer gekozen. Zo werkt het ook in het leven. Wij begeleiden dat proces zorgvuldig, zodat niemand in de kou komt te staan.

De onvermijdelijke vraag: leren de Vox-leerlingen genoeg naar de maatstaven van de Rijksoverheid?
Ja, zonder meer, maar wel op een andere manier. Een voorbeeld: wij beschouwen wiskunde als praktisch vak. Eerst moet je weten waar je het voor nodig hebt, daarna ga je pas het sommetje maken, niet andersom. Om leerlingen het assenstelsel onder de knie te laten krijgen, hebben we een speurtocht georganiseerd met als eindopdracht een toets te maken voor een ander. Als je dat kunt, heb je het echt begrepen. Maar het kan niet allemaal op die manier en daarom hebben we elke dag drie kwartier een reken- of taalmoment waarbij leerlingen volgens een instructie te werk gaan.

Jullie geven geen cijfers, hoe beoordeel je dan of een leerling goed werkt, en op welk niveau?
Wij stellen de vraag: ‘Is dit het beste werk dat je nu kunt leveren? Heb je er alles aan gedaan wat je kon doen?’ Dat werkt heel goed. Het geeft leerlingen ook de ruimte om op bepaalde onderdelen boven hun instroomniveau te presteren. Een leerling die binnenkomt met een vmbo-k advies en goed kan schrijven en onderzoeken, krijgt bij Vox de kans om te laten zien dat hij of zij het ook op mavo- of havo-niveau kan. En omgekeerd. Een kind dat wel veel interesse heeft in bijvoorbeeld natuurkunde maar voor wie het toch een lastig vak is, hoeft dat vak niet te laten vallen, maar kan het op zijn eigen niveau toch blijven volgen. Dat is pure winst. Wij streven naar een gedifferentieerd diploma waarvoor je op verschillende niveaus examen hebt gedaan. Zo ver is het nog niet, maar er is wel een tendens in die richting. De tijd is er rijp voor.

Hoe en wanneer bepalen jullie op welk niveau een leerling na de brugperiode verder gaat?
Onze brugperiode duurt twee jaar en in die tijd zitten alle leerlingen met hun verschillende basisschooladviezen bij elkaar. We hebben nu één groep. Volgend jaar is er een tweede leerjaar. In die twee jaar kunnen we de leerlingen goed volgen. Welk werk leveren ze, waar zijn ze goed en minder goed in, waar ligt de interesse, het talent? Op basis daarvan krijgen de leerlingen een advies voor de volgende leerjaren. Ze kiezen dan een vakkenpakket voor een profiel – of sector, afhankelijk van het onderwijstype. Onderwijskundig splitst de groep zich dan, maar fysiek niet, want ze kunnen wel allemaal op het Leerplein blijven werken. Bij de verdere ontwikkeling van het Vox-concept wordt voor ons heel belangrijk hoe we dat derde leerjaar gaan inrichten als we willen dat leerlingen op verschillende niveaus examen kunnen doen.

Hebben jullie ook leerlingen die in de loop van dit eerste schooljaar tot de ontdekking komen dat de aanpak van Vox niet bij ze past?
Nee, dat is nog niet voorgekomen, alle leerlingen zitten hier goed op hun plek. We voeren vooraf een gesprek met leerling en ouders over de wederzijdse verwachtingen. Daarbij komt ook ter sprake dat het Vox-concept nog niet volledig is uitgedacht. Het is een pioniersinitiatief en dat is heel aantrekkelijk, maar kan ook onzekerheid met zich meebrengen. Wij vinden dat je daar heel eerlijk in moet zijn.

Hoe kijk je terug op dit eerste halfjaar en hoe kijk je naar de toekomst?
Het gaat heel goed, we zijn mooi op schema, zonder achterstanden in de plannen die we vooraf hadden gemaakt. Leerlingen en leerkrachten zijn tevreden en werken vol enthousiasme. Van ouders horen we hoe graag de kinderen hier zijn. We werken intensief aan de verdere ontwikkeling van dit concept en zetten in op een verdubbeling van het aantal leerlingen in het volgende schooljaar. Veel harder willen we niet groeien zolang het Vox-concept zich nog in de pioniersfase bevindt. Maar we zijn wel heel benieuwd hoeveel bezoekers we op de open dag krijgen.

Vox is op zoek naar mensen die willen meedenken over nieuwe projecten. Bent u geïnteresseerd en wilt u meer weten over Vox-klassen, kijk dan op de website http://www.vox-klassen.nl/.
 

18 januari 2017