Bellen met… Huub van der Lee, medewerker van de Toelatingsadvies Commissie (TAC)

Als medewerker van de Toelatingsadvies Commissie (TAC) beoordeelt Huub van der Lee of leerlingen in aanmerking komen om naar het voortgezet speciaal onderwijs (cluster 3 en 4) te gaan. Deze zomer gaat hij met pensioen; tijd voor een terugblik.

De TAC bestaat nog niet zo lang, dus voor jullie was het een beetje pionieren, stel ik me zo voor?
‘Ja, de TAC bestond al een jaartje toen ik erbij kwam, maar in de relatief korte tijd dat ik erbij zat heb ik een duidelijke ontwikkeling gezien. Het team is steeds hechter geworden. We zijn met vier mensen, en bij gesprekken op school zitten we altijd met twee leden aan tafel. Hoe vaker je dat doet, hoe beter je op elkaar ingespeeld raakt. En dat is belangrijk ook, want het werk is veeleisend. Als TAC-lid moet je in veel verschillende dingen thuis zijn: onderwijs, jeugdhulpverlening, kinderpsychologie, de sociale kaart van Amsterdam en alle voorschriften en reglementen die bij het werk komen kijken.’

Wat is je het meest bijgebleven aan dit werk?
‘Wat me echt is opgevallen, is de grote hoeveelheid problematiek die je tegenkomt op reguliere scholen in de stad. Ik werk zelf in het speciaal onderwijs, maar was me er niet zo van bewust dat er ook in het reguliere onderwijs zoveel leerlingen zijn die te maken hebben met bijvoorbeeld angststoornissen, autisme en ernstige gedragsproblemen.’

Heb je het gevoel dat je als TAC-lid iets voor deze leerlingen hebt kunnen betekenen?
‘Ja, absoluut. Als TAC voeren we altijd gesprekken met leerling, ouders en school om te kijken welke mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte de leerling heeft. Vaak zie je dat leerlingen zo’n gesprek echt als een nieuwe start ervaren. We zeggen ook altijd uitdrukkelijk tegen de leerling: het gaat over jou, dus praat mee, laat ons weten wat je denkt. Dat werkt goed, je merkt het meteen: leerlingen gaan rechtop zitten, kijken je aan, geven hun mening. Ze worden gehoord en serieus genomen.’

Hoe was het om als enige man in de TAC te zitten?
‘Tja, ik ben in het onderwijs inmiddels wel gewend om vaak de enige man te zijn. Maar ik denk wel dat de feminisering van het onderwijs een probleem is. In mijn werk bij de TAC merk ik het ook: als je als man aan tafel zit, krijg je toch een andere dynamiek, vooral als je met puberjongens in gesprek bent. Ze accepteren meer sturing van je, je kunt lastigere vragen stellen en langer doorvragen voordat de communicatie afbreekt. Dus ik denk dat het goed zou zijn als mijn opvolger ook een man is.’

Ga je het werk missen als je straks met pensioen bent?
‘Ja, ik ga vooral het hechte team van de TAC erg missen, het vertrouwen en het samen optrekken. Maar er gaan ook nieuwe deuren open, want er zijn zo veel dingen die ik graag wil doen maar waar ik nauwelijks aan toekom. Straks heb ik daar eindelijk de tijd voor.’

4 juli 2016