Een integrale aanpak van thuiszitters

Niet alleen in Amsterdam, maar ook landelijk wordt hard gewerkt om het aantal thuiszitters terug te dringen. Onlangs werd hiervoor een breed pact gesloten tussen verschillende ministeries en onderwijsorganisaties. In Amsterdam gaan we meer doen aan preventie en monitoring. 

Vorig jaar zaten er in heel Nederland zo’n 10.000 kinderen voor korte of lange tijd thuis. Dat moet echt anders, vindt staatssecretaris Sander Dekker. Twee weken geleden sloot hij een pact met de PO-Raad, VO-Raad, het ministerie van Veiligheid en Justitie en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten om het aantal thuiszitters omlaag te brengen.  Voormalig kinderombudsman Marc Dullaert werd aangesteld als aanjager van het pact. 

Heldere afspraken
Het doel van het pact is dat er in 2020 geen enkel kind meer langer dan drie maanden thuis zit zonder passend onderwijsaanbod. Om dat te bereiken, worden er heldere afspraken gemaakt tussen scholen, samenwerkingsverbanden en gemeenten over wie uiteindelijk beslist over een onderwijsplek als een kind thuis dreigt te komen zitten. Ook is afgesproken dat ouders waar mogelijk altijd vanaf het begin worden betrokken bij het vinden van een passende onderwijsplek. In het pact worden gemeenten opgeroepen om voor de aanpak van thuiszitters van een stappenplan op te stellen, waarin preventie, maatwerk en samenwerking met de zorg een grotere rol spelen dan nu vaak het geval is. 

Preventie
Ook in Amsterdam gaan we nog meer doen om het aantal thuiszitters omlaag te brengen. Samen met de gemeente zal er een integrale aanpak worden afgesproken, waarbij de betrokken partijen - o.a. school, gemeente, jeugdzorg, samenwerkingsverband, leerplichtambtenaar en schoolarts - meer met elkaar gaan samenwerken.  Daarbij moet meer nadruk komen te liggen op preventie, zegt Katrín Gudmundsson, coördinator van het OnderwijsSchakelLoket (OSL): ‘In Amsterdam bestaat wel al het zogenaamde doorbraakoverleg, waarbij we met alle partijen om de tafel gaan zitten als de situatie van een thuiszitter helemaal is vastgelopen. Maar dat is aan het einde van de keten, terwijl het natuurlijk nog beter is om ervoor te zorgen dat het helemaal niet zo ver komt. Daarom moeten we preventiever gaan werken en de oorzaken van thuiszitten met elkaar beter gaan analyseren.’

In beeld
Om eerder te kunnen ingrijpen moeten we de thuiszitters eerst goed in beeld krijgen, benadrukt Gudmundsson. ‘Pas als we ze zien en kennen en monitoren, kunnen we ook beter in zicht krijgen of er  een passend aanbod is in Amsterdam. Daarom is het van groot belang dat scholen thuiszitters signaleren en ze tijdig melden zowel bij de leerplicht als bij het OnderwijsSchakelLoket. Dat geldt ook voor thuiszitters die ziek zijn gemeld, vrijstelling krijgen of spijbelen.’

Met de gemeente is afgesproken dat de aanpak geldt voor álle Amsterdamse leerlingen die niet naar school gaan. Dus niet alleen voor de kinderen die wel op een school staan ingeschreven en al vier weken niet naar school gaan, maar ook degenen die helemaal niet staan ingeschreven. Het Samenwerkingsverband zal ook betrokken worden voordat er een ontheffing van de leerplichtwet wordt afgegeven. Wellicht dat er voor deze leerlingen toch passend aanbod kan worden gecreëerd. 


In het schooljaar 2015-2016 zijn er tot nu toe 244 niet schoolgaande leerlingen bij het OSL gemeld. Een groot deel van deze leerlingen heeft een korte periode geen onderwijs gevolgd, een deel staat bijvoorbeeld op een wachtlijst voor een intensieve behandeling of is nog niet in staat onderwijs te volgen. Op dit moment zijn er nog 54 niet schoolgaande leerlingen in behandeling bij het OSL.  

In volgende nieuwsbrieven zullen we u op de hoogte houden van nieuwe ontwikkelingen rondom de integrale aanpak van thuiszitters. 

4 juli 2016