Evaluatie van de basisondersteuning: wat kunnen scholen verwachten?

Bieden alle Amsterdamse VO-scholen de basisondersteuning die we samen hebben afgesproken? In het komende schooljaar gaan we dat evalueren door middel van externe visitatie.

De basisondersteuning is een belangrijk onderdeel van passend onderwijs: het is de ondersteuning die alle scholen hun leerlingen moeten bieden. Maar hoe geven scholen die vorm, en houden ze zich daarbij aan de afspraken die binnen het Samenwerkingsverband gemaakt zijn? Eerder dit jaar liep een pilot om dat te evalueren, waarbij een team van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) negen Amsterdamse VO-scholen bezocht. De aanpak bleek succesvol en wordt komend schooljaar uitgerold over alle VO-scholen in de stad.

Fictieve casus
Hoe werkt die visitatie precies? ‘Het begint met zelfevaluatie,’ vertelt Daan Wienke, die de visitatie leidt vanuit het NJi. ‘Scholen vullen een lijst met criteria in over hoe ze invulling geven aan de ondersteuning. Vervolgens komt een deskundige van het NJi langs, in de rol van ‘critical friend’ die met vertegenwoordigers van de school in gesprek gaat over hun ingevulde zelfevaluatie.’ Bij zo’n bijeenkomst zijn verschillende mensen van de school aanwezig: meestal de directeur, de zorgcoördinator en een mentor. Aan de hand van een fictieve casus wordt vervolgens besproken hoe de school zorgt voor de juiste ondersteuning. Wienke: ‘We geven een voorbeeld van een leerling die extra ondersteuning nodig heeft en lopen alles na: hoe komt die leerling op school, hoe betrekken jullie de ouders erbij, wie signaleert de ondersteuningsbehoefte?’  Vaak levert zo’n gesprek nieuwe inzichten op voor de school, vertelt Wienke, die de aanpak ook hanteert bij andere Samenwerkingsverbanden in het land. ‘Scholen krijgen een spiegel voorgehouden en komen zo hun eigen zwakke plekken op het spoor. De observaties van ons als buitenstaander helpen daarbij.’

Critical friend
Vanuit de onderwijsinspectie is het Samenwerkingsverband verplicht de kwaliteit van de basisondersteuning regelmatig te evalueren. Toch is het team van het NJi geen verlengstuk van de inspectie. Wienke: ‘Het verslag dat we schrijven op basis van het gesprek dat we met de school voeren, blijft tussen ons en de school. Dat is belangrijk, want als we op scholen komen waar de ondersteuning niet op orde is, willen we dat ze dat in alle openheid kunnen erkennen. We zijn dus meer een critical friend, die de school helpt een helder beeld te krijgen van waar het nog beter kan.’ Op basis van alle schoolbezoeken maakt het NJi vervolgens een algemene analyse voor het Samenwerkingsverband. Daarin staat hoe het ervoor staat met de kwaliteit van de ondersteuning en waarop nog moet worden bijgestuurd.  

4 juli 2016