Zorgplicht uitgelegd

Het OSL krijgt regelmatig telefoontjes over de invulling van de zorgplicht: er blijken veel vragen en onduidelijkheden over te bestaan. Daarom zetten we hier de belangrijkste informatie over de zorgplicht nog even op een rij.

Nieuwe leerling
Als een leerling schriftelijk wordt aangemeld door de ouders bij een school (middels het aanmeldformulier of per e-mail), heeft de school de plicht om een inschatting te maken of de leerling extra ondersteuning nodig heeft. Indien nodig start de school een onderzoek.   
Het gaat om een zorgvuldige afweging, waarbij leerling en ouders betrokken zijn. 
De school heeft zorgplicht als de verwijzende school (bijvoorbeeld de basisschool), ouders of de school waar de leerling is aangemeld aangeven dat de leerling extra ondersteuning nodig heeft. De school moet wel open plekken hebben om de leerling te kunnen plaatsen. 
Vanaf het moment dat de leerling schriftelijk is aangemeld heeft de school zes weken de tijd (geen schoolweken) om te onderzoeken of de leerling plaatsbaar is binnen de eigen school of dat er uitgeweken zal moeten worden naar een andere school (een andere reguliere school, tijdelijke plaatsing in een Bovenschoolse Voorziening, of het VSO).  
Als de termijn van zes weken is verstreken en er nog onduidelijkheden zijn, dan kan de termijn met vier weken worden verlengd.  De leerling moet dan (tijdelijk) tot de lessen worden toegelaten totdat er duidelijkheid is waar de leerling plaatsbaar is.

Als wordt vastgesteld dat de school van aanmelding geen passend programma kan aanbieden, zal de school in overleg moeten gaan met de ouders en leerling (en eventueel de verwijzende basisschool) om te bepalen welke school wel een passend programma kan bieden. Op basis van het gesprek moet de school van aanmelding een voorstel doen voor plaatsing op een andere school. Deze school moet plek hebben en bereid zijn tot plaatsing. De school legt haar zienswijze met betrekking tot de onderwijs- en ondersteuningsbehoefte vast op papier. Hierin zal duidelijk moeten blijken welk aanbod, gezien de concrete onderwijsbehoefte, nodig is en niet geboden kan worden door de eigen school. Ook wordt daarin de school genoemd die wel passend is en bereid is tot plaatsing. Vervolgens is het aan de ouders om hun kind in te schrijven op deze school. Pas dan gaat de zorgplicht over. 

Indien ouders geen toestemming geven om informatie te delen (bijvoorbeeld uitkomst van behandeling), dan zal de school toch met de beschikbare informatie tot een advies moeten komen over plaatsing van de leerling. 

Binnen zes weken na inschrijving dient er een OPP (ontwikkelingsperspectief)te zijn opgesteld.


Zittende leerling
Ook als een zittende leerling extra ondersteuning nodig heeft, gaat de zorgplicht in. Binnen zes weken zal er een OPP moeten worden opgesteld. Dat geldt ook als een leerling doubleert, opstroomt of afstroomt. Het opstellen van een OPP gebeurt altijd in overleg met ouders.

Als een leerling niet langer terecht kan op de school (bijvoorbeeld door afstroom of doublure), moet er een OPP moeten zijn opgesteld én een passend vervolg zijn geregeld. Het is dus niet aan ouders om die vervolgplek te zoeken; de school met zorgplicht zoekt, in afstemming met ouders, een passende school die bereid is om de leerling op te nemen. 
Wordt er geen vervolgschool gevonden, dan zal de school met zorgplicht de leerling moeten behouden en toelaten tot de lessen.

Ouders die het met de school van aanmelding niet eens zijn over de extra ondersteuning die hun kind nodig heeft, of die het niet eens zijn met het advies, kunnen zich wenden tot het bestuur van de school.  Eventueel kan de Onderwijs Consulent vanuit OCW worden ingeschakeld, of kan de kwestie worden voorgelegd aan de geschillencommissie Passend Onderwijs. 

Kijk voor meer informatie in het Stroomschema Zorgplicht.

23 juni 2015