Good practice: het ontwikkelingsperspectiefplan

Na een overstap van 2 vwo naar 3 havo merkt een veertienjarige leerling van het Montessori Lyceum – we noemen hem Paul – dat hij dreigt vast te lopen. ‘Ik dacht dat de havo makkelijker zou zijn, maar dat was helemaal niet zo. Voor sommige vakken hoefde ik wel iets minder bladzijden te leren, maar er kwamen nieuwe vakken bij, zoals scheikunde en economie. En ik vind wiskunde moeilijk; in de tweede heb ik niet goed genoeg opgelet, dus ik miste de basiskennis die ik nodig had.’ Paul had het gevoel dat hij maar wat aan het rondzwemmen was. Wat was er aan de hand? Zat hij niet op het juiste niveau, was hij te jong, pakte hij het leren verkeerd aan of lag de oorzaak op het psychologische vlak? Wat deden de ouders en de school om dit te achterhalen en op te lossen en waar hebben hun inspanningen toe geleid? Enkele dagen voor de zomervakantie kijken Paul en zijn mentor Anouk terug.

Stapje terug
In oktober 2016 gaat Paul met zijn ouders naar de Opvoedpoli voor een aantal gesprekken. Voor de tests die hieruit voortkomen gaat zorgcoördinator Chaia met Paul mee. Maar er rolt geen diagnose uit die Pauls leerproblemen kan verklaren en in december stellen de ouders aan mentor Anouk voor om Paul een stapje terug te laten zetten. Zoals het nu gaat stevent hij af op zittenblijven in 3 havo. Als hij de tweede klas overdoet, kan hij de ontbrekende kennis aanvullen, is de gedachte. Het jaar daarop kan hij dan met voldoende bagage alsnog naar de derde klas. Paul denkt zelf ook dat dit het beste voor hem is, maar hij voelt zich wel erg thuis in zijn huidige klas; het is nogal een beslissing.

Doelen en afspraken
Anouk peilt de docenten en krijgt te horen dat het Paul bij sommige vakken aan basiskennis ontbreekt. Ook laat zijn werkhouding te wensen over, hij is er vaak niet echt bij en pikt boodschappen niet op. De algemene indruk is dat het geen onwil is en evenmin een gebrek aan capaciteiten; er moet iets anders aan de hand zijn.
In januari 2017 meldt Anouk Paul aan bij het interne zorgteam. Daar wegen mentor, zorgcoördinator en begeleider passend onderwijs (BPO) af wat voor deze leerling op dit moment de beste oplossing is. Daarna vindt er opnieuw een gesprek met Paul en zijn ouders plaats. Met hun instemming en op advies van het zorgadviesteam blijft Paul toch in 3 havo. Als steun in de rug krijgt hij daarbij extra ondersteuning. Anouk stelt in overleg met de zorgcoördinator een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) op waarin is vastgelegd wat Paul nodig heeft, op welke extra ondersteuning hij kan rekenen, maar ook wat hij zelf moet doen om de situatie te verbeteren. Zij neemt het plan grondig met Paul door en informeert de ouders en de docenten erover. Deel van de afspraken is dat sommige vakdocenten voor Paul een apart programma opstellen, waarbij hij bepaalde leerstof en opdrachten kan overslaan, met name bij vakken die hij in 4 havo zal laten vallen. Paul maakt met Anouk de afspraak dat hij meer met de docenten zal communiceren en vaker vragen zal stellen als hij iets niet begrijpt. Ook gaat hij zijn huiswerk meer op school en minder thuis doen. Als persoonlijke coach krijgt Paul een begeleider passend onderwijs toegewezen: Yolanda.

Zelf vechten
In de periode die hierop volgt spreekt Paul Yolanda elke week. Ze hebben een goede ‘klik’. Hij kan haar vertellen wat wel en niet lukt en samen zoeken ze naar oplossingen. Anouk:  ‘De begeleider passend onderwijs is er echt voor de leerling en bekijkt alles vanuit zijn perspectief. Dat ligt voor de mentor anders; die is óók collega en bemiddelaar.’
Pauls motivatie neemt toe. De extra ondersteuning en begeleiding en de helder omschreven doelen en afspraken van het ontwikkelingsperspectiefplan geven hem weer greep op de situatie. Hij spijkert zijn basiskennis voor een aantal vakken bij en stelt meer vragen in de klas. Omgekeerd roepen docenten hem vaker bij zich om na te gaan of Paul alles begrepen heeft. Voor Paul wordt voelbaar dat zijn docenten in hem geloven. Hij weet dat de extra ondersteuning zijn kansen vergroot, maar dat hij het zelf moet doen. Wat hem extra motiveert is dat hij niet naar een lager niveau wil. Hij vecht er dus voor om over te gaan en kàn er nu ook voor vechten dankzij de extra steun. Intussen houden de zorgcoördinator en de mentor contact met de ouders.
Als in mei de evaluatie van de aanpak met het ontwikkelingsperspectiefplan plaatsvindt staat Paul er een stuk beter voor, al moet hij hard werken om ervoor te zorgen dat hij in de laatste lesperiode geen onvoldoendes heeft. In de laatste schooldagen voor de zomervakantie wordt duidelijk dat hij het gehaald heeft: hij mag door naar 4 havo.

Betrekken, niet belasten
In december was de kans dat Paul zou blijven zitten zo’n 80% en werd nog overwogen hem terug te plaatsen naar 2 havo -  nu gaat hij naar de vierde. Is hij trots op wat hij heeft bereikt? ‘Nou….ja, nee, niet echt, ik ben vooral heel blij dat ik naar de bovenbouw kan’, zegt hij. Zijn er momenten geweest dat hij de moed liet zakken? ‘Ja, af en toe, maar ik kon altijd praten met Yolanda en dat heeft heel erg geholpen.’ Ook Pauls ouders zijn blij met de zorg die de school geleverd heeft. ‘De extra ondersteuning en de begeleiding van Yolanda hebben Paul gesteund en gemotiveerd, maar zelf heeft hij ook heel hard gewerkt, het is 50/50’, zegt Anouk. Overigens heeft Paul zelf niet zo nadrukkelijk ervaren dat zijn docenten hem een aangepast programma gaven. Anouk: ‘En dat is goed. Het belangrijkste is dat hij het beter aankon; dat gaf moed en zelfvertrouwen, motiveerde hem en maakte hem sterker. Uiteindelijk moest hij het toch zelf doen.’ Paul heeft ook niet volledig meegekregen wat de zorgen van zijn ouders waren, want zij wilden hem daarmee niet belasten, vertelt Anouk. ‘Je zoekt met elkaar naar de juiste balans waarbij je niet over het hoofd van de leerling heen praat, maar hem erbij betrekt zonder dat het een belasting voor hem wordt. Hier ligt een belangrijke rol voor de school.’

Continuïteit
Intussen is het nieuwe schooljaar alweer een paar weken op gang. Om de continuïteit te waarborgen vond in de eerste week al direct de warme overdracht plaats van onderbouwmentor Anouk naar Pauls nieuwe mentor in de bovenbouw. De zorgcoördinator hield contact met Paul om na te gaan of de overdracht geslaagd was en de begeleider passend onderwijs, Yolanda, heeft contact gezocht met de nieuwe mentor.
Paul heeft nu in de bovenbouw weliswaar minder vakken dan vorig jaar, maar tempo, hoeveelheid lesstof en moeilijkheidsgraad gaan omhoog en de eerste schoolexamens vinden al na enkele weken plaats. Daarom krijgt Paul zeker in het begin van het schooljaar wekelijks extra begeleiding van Yolanda. Als hij wat meer aan de bovenbouw gewend is en de overstap goed gelukt lijkt, kan de extra begeleiding wellicht worden teruggebracht naar eens per twee weken.  

De begeleider passend onderwijs ondersteunt docenten, maar kan op verzoek van de school ook aan leerlingen ondersteuning bieden, zoals in de hierboven beschreven casus.