Interview met Hans Kruijssen over de pilot Thuiszittersaanpak           Amsterdam-Noord

De Amsterdamse thuiszittersaanpak staat hoog op de agenda’s van de gemeente en onderwijs-, jeugdhulp- en jeugdbeschermingsorganisaties. Zij werken steeds meer en steeds nauwer samen om het aantal thuiszitters terug te brengen tot een minimum. Zo ook in de pilot in Amsterdam-Noord, waarin vanaf  eind oktober tot het eind van het schooljaar een nieuwe aanpak van schoolverzuim wordt uitgetest op de scholen voor voortgezet onderwijs. De projectorganisatie en de aansturing van de pilot zijn in handen van Hans Kruijssen. Hij is projectleider van de Amsterdamse thuiszittersaanpak en werkt in opdracht van de Samenwerkingsverbanden voor primair en voortgezet onderwijs en de afdelingen Jeugd en Onderwijs van de gemeente. In dit interview vertelt hij meer over de pilot: ‘We moeten het hebben van een goede systematiek, samenwerking en snelheid.’

Waartoe moet de nieuwe verzuimaanpak leiden?
Het doel van de nieuwe werkwijze is dat het aantal thuiszitters afneemt en de doorlooptijd aanzienlijk wordt verkort. Dat willen we allemaal, er is een grote bereidheid bij alle partijen, maar in de huidige situatie zijn acties niet altijd afgestemd met en op de ander. Ook is lang niet altijd duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk - en waarop aanspreekbaar -  is. In de pilot trekken we gezamenlijk op om een nieuwe aanpak te ontwikkelen en uit te testen. Onderdelen daarvan zijn een heldere taakverdeling tussen school, Leerplicht en ouder-en kindadviseur/jeugdarts en een goede samenwerking tussen alle betrokken partijen in alle fasen van het traject. We onderscheiden drie verschillende fasen van thuiszitten, met per fase duidelijkheid over verantwoordelijkheid en regie. Ouders en leerling worden als partner actief betrokken, zij hebben vaak de sleutel in handen. Verder krijgt de leerplichtambtenaar een spilfunctie en gaat ook het Doorbraakoverleg op een andere manier werken. Snelheid van handelen is een van de kenmerken van de aanpak.

                          De jeugdarts neemt al snel na de ziekmelding contact op
​                          met de ouders en de leerling
                                              

Opvallend in deze nieuwe werkwijze is dat hij niet alleen op ongeoorloofd, maar ook op geoorloofd thuiszitten is gericht.
Voor je met de uitvoering van een nieuwe aanpak kunt beginnen, moet je zeker weten dat je de thuiszitters allemaal in beeld hebt. Dat is nu niet het geval, niemand weet precies hoe groot die groep is. Leerlingen die formeel ziekgemeld zijn, vallen onder het zogenaamde ‘geoorloofd verzuim’ dat scholen niet bij Leerplicht hoeven te melden. Maar onder hen bevinden zich ook thuiszitters en die worden nu dus niet als zodanig geregistreerd. Dat willen we veranderen. Om te beginnen vragen we in de pilot van de deelnemende scholen om de M@zl- aanpak in te voeren (medische advisering ziekgemelde leerlingen); bijna alle scholen in Amsterdam-Noord hebben dat gelukkig al gedaan. Bij die aanpak neemt de jeugdarts al snel na de ziekmelding contact op met de ouders en de leerling om duidelijk te krijgen wat er precies aan de hand is.
Om vast te kunnen stellen of de nieuwe werkwijze effectief is, hebben we voor de pilot recente cijfers nodig van doorlooptijden en het aantal thuiszitters in Noord. Via registratie van Leerplicht weten we dat er vorig schooljaar 24 langdurig ongeoorloofd verzuimers waren. Dat aantal willen we dit schooljaar terugbrengen en de doorlooptijd willen we verkorten.

Je maakt onderscheid tussen (on)geoorloofd verzuim tot vier weken, na vier weken en na drie maanden. Wat gebeurt er in die fasen en wie heeft de regie?
Bij verzuim tot vier weken heeft de school de regie en het initiatief. Het is dan de taak van de zorgcoördinator, de ouder- en kindadviseur, de jeugdarts en eventueel andere professionals om aan de hand van het verzuimprotocol tijdig en adequaat te handelen. Ook Leerplicht is hierbij betrokken.
Is de leerling na vier weken nog steeds thuis, dan neemt de leerplichtambtenaar de regie over, tenzij dit beter bij een andere partij belegd kan worden. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als er een gezinsmanager betrokken is. In principe volgt er een huisbezoek dat door de ouder- en kindadviseur wordt afgelegd. De regisseur voert overleg met school en andere (bijvoorbeeld zorg-) organisaties, en zorgt dat er een plan van aanpak komt. Hierin staat wie binnen welke termijn welke actie moet hebben uitgevoerd om te zorgen dat de leerling weer perspectief krijgt op school. Dat plan wordt onder zijn regie besproken in het uitvoerdersoverleg (UVO), waaraan ook de ouders en de leerling deelnemen. De leerplichtambtenaar ziet ook toe op uitvoering van het plan van aanpak. Als er meerdere zorgpartners betrokken zijn, is het van belang dat er een “casusverantwoordelijke zorg” is, die overzicht heeft over onderlinge afstemming en voortgang van de hupverlening. We onderzoeken in de pilot of dat  een vertegenwoordiger van het Ouder- en Kindteam kan zijn.
Als de inspanningen leiden tot terugkeer naar school of een ander aanvaardbaar traject, dan is de leerling weer ‘binnenboord’ en wordt het Doorbraakoverleg er niet bij betrokken.
Duurt het verzuim langer dan drie maanden, dan brengt de leerplichtambtenaar de casus in bij het Doorbraakoverleg. Daar presenteert hij het plan van aanpak aan de vertegenwoordigers van meer dan twaalf organisaties en wint hij hun advies in. Hij coördineert de acties die hieruit voortkomen. In het Doorbraakoverleg komt ook aan de orde of de inzet van drang of dwang de impasse kan doorbreken, maar dit gebeurt natuurlijk pas in uiterste nood. Er is niet altijd sprake van verwijtbaarheid van kind en/of ouders.

De leerplichtambtenaar krijgt dus een veel actievere rol. Wat verwacht je daarvan en wat is precies het verschil met de huidige situatie?
In de pilot bieden we de scholen die dat nu nog niet hebben een leerplichtspreekuur aan, waarnaar de school een leerling (preventief) kan verwijzen. De leerplichtambtenaar kan dus al bij dreigend of beginnend verzuim een rol spelen. Bovendien is zo’n spreekuur op school laagdrempelig. Al vanaf vier weken verzuim krijgt hij de regie, dus een sleutelpositie. Het is daarbij wel van belang dat de school betrokken blijft.
In de huidige situatie is de leerplichtambtenaar niet altijd al snel op de hoogte bij langer durend verzuim, bijvoorbeeld doordat de school dit verzuim niet tijdig meldt. Bovendien spelen leerplichtambtenaren nauwelijks een rol als het om geoorloofd verzuim gaat. Dat gaat nu veranderen.
Bij ongeoorloofd verzuim heeft de leerplichtambtenaar – als opsporingsambtenaar - de wettelijke bevoegdheid om een proces-verbaal op te maken, en dat blijft ook zo. Maar in de nieuwe aanpak levert hij ver voor er sprake is van wat voor proces-verbaal dan ook al een substantiële bijdrage aan de oplossing in zijn veel bredere rol als casusregisseur. Een leerplichtambtenaar kan het bij langdurend verzuim meestal niet alleen, er zijn dan ook andere partijen nodig om het thuiszitten te beëindigen.

                        We betrekken ouders en leerling bij het vaststellen,
​                        het analyseren én het oplossen van het probleem

Deze nieuwe benadering levert niet alleen in een vroeg stadium veel relevante informatie op, maar zorgt ook voor een andere sfeer. We zoeken de thuiszitters niet op omdat ze iets doen wat in strijd met de leerplichtwet kan zijn, maar omdat ze gemist worden op school, het schoolverzuim heel slecht is voor hun ontwikkeling, en omdat hun veiligheid in het geding kan zijn. Alle partijen vinden het heel belangrijk de ouders en de leerling te betrekken bij het vaststellen, het analyseren én het oplossen van het probleem. Ouders zijn partners die de oplossing dichterbij kunnen brengen. 

Krijgt de leerplichtambtenaar ondersteuning bij het zich eigen maken van die nieuwe taakopvatting?
Hij krijgt gedeeltelijk andere taken en verantwoordelijkheden en dat is een behoorlijke uitdaging. Daarom biedt Leerplicht de leerplichtambtenaren (om te beginnen degenen die bij de pilot betrokken zijn) werkondersteuning en training aan. De nieuwe taakopvatting sluit overigens goed aan bij MAS, de         Methodische Aanpak Schoolverzuim die Ingrado, de vereniging van leerplichtambtenaren in maart introduceerde. Hierin staan de contouren van de taken en taakopvatting beschreven: initiëren, coördineren en regisseren. Diezelfde elementen zitten in onze nieuwe aanpak. Bij de Top 600, jongeren met criminele antecedenten, werkt er al een leerplichtambtenaar op deze nieuwe manier: hij is  casusregisseur en presenteert in wisselwerking zijn plan van aanpak aan een groter gezelschap dat meedenkt en adviseert.

Na vier weken verzuim legt de ouder- en kindadviseur een huisbezoek af. Gaat de leerplichtambtenaar mee?
Dat kan, maar dat hangt van de situatie af. Dit is een van de dingen die we in de pilot moeten uitzoeken. Het huisbezoek moet voor ouders niet uit de lucht komen vallen, maar ingebed zijn in de normale zorg van de school. In principe legt daarna de ouder- en kindadviseur het bezoek af om een helder beeld van de visie van ouder en kind op de situatie te krijgen. Dat past goed in de taakomschrijving van deze professional. Daarna koppelt hij terug naar school en Leerplicht. Het huisbezoek heb ik afgekeken van Rotterdam. Daar voert een medewerker met een welzijnsachtergrond gesprekken met thuiszitters om een compleet beeld te krijgen van wat er aan de hand is. Dat werkt daar heel goed.

                        De snelheid van handelen wordt vele malen hoger

In het projectplan is sprake van het Doorbraakoverleg nieuwe stijl. Waarin verschilt het van het huidige overleg?
Ze hebben een verschillend startpunt en dat hangt samen met de nieuwe rol van de leerplichtambtenaar. Als er nu een casus wordt ingebracht bij het Doorbraakoverleg, is er betrekkelijk weinig over de leerling bekend. Er moet dus eerst informatie worden verzameld, dan wordt er een regisseur benoemd en pas daarna kunnen de deelnemers acties afspreken. Dat kost tijd. De jongere zit nu bij de eerste bespreking in het Doorbraakoverleg altijd ook al langer dan drie maanden thuis. In de nieuwe situatie heeft de leerplichtambtenaar in zijn rol als casusregisseur al veel overleg gevoerd en informatie over de leerling verzameld. Sterker: er is een plan van aanpak. Daardoor is de snelheid van handelen vele malen hoger. Het Doorbraakoverleg heeft in zijn nieuwe vorm dus vooral een ondersteunende en adviserende rol. Het vindt vanaf 1 januari 2018 ook frequenter plaats: eens per drie weken. Dat is twee keer zo vaak als nu, omdat het bespreken van een plan van aanpak tijd kost en een overleg geen zes weken kan wachten. Is de aanpak succesvol, dan is het de bedoeling hem in de hele stad in te voeren. Tot die tijd lopen er dus twee soorten Doorbraakoverleg: in de oude én in de nieuwe stijl.

En de VO-scholen in Amsterdam-Noord? Doen die vrijwillig mee aan de pilot?
Ja, die hebben allemaal positief gereageerd en doen zonder uitzondering vrijwillig mee. In oktober ga ik met de directie en de zorgcoördinator van elk van die scholen in gesprek over de samenwerking. Ze spelen een belangrijke rol in het proces en zijn daar door hun deelname mede-eigenaar van. We hebben ook het Samenwerkingsverband primair onderwijs benaderd. Zij onderzoeken nu de wens tot deelname. Mogelijk haken de basisscholen later nog aan; daar maak ik dan een aanvullend projectplan voor.

Waarom viel de keuze op Noord als pilotgebied?
Het succes van de aanpak begint bij een goede samenwerking in de driehoek school – leerplicht –ouder- en kindadviseur/jeugdarts. In Amsterdam-Noord hebben ze er het langst ervaring mee op kunnen doen, doordat we daar indertijd zijn begonnen met de Proeftuinen. De samenwerking in die driehoek verloopt goed in dat stadsdeel, dus de omstandigheden zijn daar het gunstigst. Verder is het een mooi, overzichtelijk geografisch gebied.                             

Als de pilot succesvol is, wordt de nieuwe verzuimaanpak ook in de rest van Amsterdam ingevoerd?
Ja, inclusief het Doorbraakoverleg nieuwe stijl. De startconferentie is op 17 oktober en de pilot gaat op 30 oktober van start. We hebben in principe de rest van het schooljaar ter beschikking om gezamenlijk de nieuwe werkwijze te testen, bij te stellen en verder aan te scherpen. In die periode organiseren we drie maal een werkconferentie waarop we de opbrengsten en knelpunten met elkaar bespreken. Tussentijds stellen we bij waar dat nodig is. Als deze inspanningen leiden tot een verzuimaanpak die zorgt voor minder thuiszitters en verkorting van doorlooptijden, en als ouders, leerlingen en alle andere partijen zeggen: ja, dit werkt, dan vragen we ook aan de rest van de stad om dit soort inspanningen op te brengen om het aantal thuiszitters terug te brengen.

Hoe staat het verder met de Amsterdamse thuiszittersaanpak?
Er is intussen een geactualiseerd activiteitenplan van de Amsterdamse thuiszittersaanpak. De stuurgroep heeft dit schooljaar gekozen voor drie prioriteiten:

1) registratie: het tijdig in beeld krijgen van het werkelijke aantal thuiszitters
2) het ontwikkelen van een nieuwe werkwijze (pilot Amsterdam Noord)
3) implementatie van de nieuwe procedure bij vrijstellingen. Vanaf 1 oktober 2017 heeft het Samenwerkingsverband een adviserende rol bij de aanvraag van vrijstellingen.

Wij houden u via deze nieuwsbrief op de hoogte. Ook voor informatie over de ontwikkelingen in de     pilot voor de nieuwe verzuimaanpak in Amsterdam-Noord kunt u in de nieuwsbrief terecht.

2 oktober 2017