Good practice: Calandlyceum

Hoogbegaafde leerlingen worden in het voortgezet onderwijs nogal eens over het hoofd gezien. Het Calandlyceum besloot daarom een paar jaar geleden extra aandacht te gaan besteden aan het ondersteunen van deze groep. Directeur Jan-Mattijs Heinemeijer vertelt erover.

Waarom extra aandacht voor hoogbegaafden?
‘Hoogbegaafde leerlingen vormen een vergeten groep in het passend onderwijs. Vooral in het voortgezet onderwijs heerst de gedachte ‘als je heel slim bent, dan kom je er wel.’ Maar dat is onterecht: hoogbegaafden hebben net zo goed een extra ondersteuningsbehoefte. Ze hebben meestal meer uitdaging nodig en lopen daarnaast vaak tegen andere dingen aan, zoals faalangst of problemen op het sociale vlak. En als je ze niet op de juiste manier stof aanbiedt - ze bijvoorbeeld wekenlang woordjes laat stampen die ze al kennen - bestaat het risico dat ze juist gaan onderpresteren. Dat moeten we zien te voorkomen.’

Wat doet het Calandlyceum om deze leerlingen extra ondersteuning te bieden?
‘Dat is heel divers; alle hoogbegaafde leerlingen zijn anders, daarom proberen we zoveel mogelijk  maatwerk te bieden. De ene leerling slaat twee klassen over, een andere zit op het technasium maar wil in de tweede klas toch graag Latijn oppakken, een derde heeft behoefte aan extra uitdaging op het gebied van ICT. Wij doen ons best dat allemaal te faciliteren, zodat al deze leerlingen een programma volgen dat bij ze past. Hoogbegaafden hebben sterke cognitieve vaardigheden, aan de andere kant zijn hun executieve vaardigheden (ergens aan kunnen beginnen, doorzetten bij tegenslag, dingen helemaal afmaken)  minder ontwikkeld, waarschijnlijk omdat die niet of nauwelijks zijn geoefend. Het goede nieuws is dat executieve vaardigheden zeer goed zijn aan te leren. Daarom bieden we ze op dat gebied ondersteuning. Verder zijn we bezig met het onderzoeken van nieuwe mogelijkheden, bijvoorbeeld om leerlingen colleges te laten volgen aan de universiteit.

Wat was voor jullie de aanleiding om hiermee te beginnen?
‘We hadden al bovengemiddeld veel hoogbegaafde leerlingen, waarschijnlijk heeft dat te maken met het feit dat we een technasium hebben. Een paar jaar geleden besloten we ons daarom meer te gaan verdiepen in hoe je deze groep het best kunt begeleiden. We hebben nu ook in ons schoolondersteuningsprofiel vermeld dat we extra aandacht hebben voor hoogbegaafden, en je merkt dat daardoor ook meer van deze leerlingen zich bij ons aanmelden. Prima, want als je dan toch met hoogbegaafde leerlingen aan de slag gaat, kun je dat beter met 40 leerlingen doen dan met 10, vinden wij. We werken nu ook samen met verschillende basisscholen in de buurt. In dat kader komen leerlingen van de Leonardoschool en plusklasleerlingen van andere basisscholen naar onze school (technasium/gymnasium) voor de Day a Week School. Meestal zijn dat leerlingen uit groep 7 en 8. Dit maakt voor hen de overstap naar het voortgezet onderwijs ook minder ingrijpend, want ze kennen de omgeving en de docenten al.’  

Het klinkt allemaal wel als een hoop werk. Hoe pakken jullie dat aan?
‘We hebben twee leraren die op dit gebied de kar trekken. Zij weten veel van hoogbegaafdheid en hebben deze leerlingen goed in beeld. We overleggen ook veel met ouders en leerlingen zelf, en ook via de stichting HB020 halen we veel expertise de school binnen. Maar het klopt, het is best ingewikkeld en duur om al die extra ondersteuning voor hoogbegaafde leerlingen te regelen. Scholen moeten ook niet denken: leuk, hoogbegaafde leerlingen, dat zijn superslimme kinderen die meteen hun diploma halen. Nee, er komt een hoop bij kijken. Je moet het echt doen uit idealisme, omdat je iets voor deze leerlingen wilt betekenen.’ 


21 september 2015