Bellen met… Jantien Taams, coördinator en docent bij Huisonderwijs Amsterdam

Al sinds 1902 verzorgt de stichting Huisonderwijs Amsterdam onderwijs aan huis voor zieke leerlingen. Coördinator/huisdocent Jantien Taams vertelt over haar werk.

In welke situaties kunnen ouders en scholen een beroep op jullie doen?
‘Zieke leerlingen kunnen bij ons terecht als ze om de een of andere reden tijdelijk thuis zijn komen te zitten.  Dat kan gaan om een gebroken been, maar ook bijvoorbeeld revalidatie, overspannenheid, pfeiffer, hersenschuddingen of zwangerschap komen voor. Scholen of ouders nemen rechtstreeks contact met mij op. Voor ons is het belangrijkste criterium dat de leerling uitzicht heeft op terugkeer naar de reguliere school.  Daarom speelt de jeugdarts ook een belangrijke rol in de toekenning van huisonderwijs. Onze hulp is tijdelijk: we zijn er voor leerlingen die maximaal 6-8 weken niet naar school kunnen. Gaat het langer duren, dan moet de school samen met het Samenwerkingsverband op zoek naar een oplossing voor de lange termijn.’

Wat houdt het huisonderwijs in?
‘Als we worden ingeschakeld, kijken we eerst samen met de school en ouders wat er precies nodig is: voor welke vakken heeft de leerling behoefte aan begeleiding? De een is bijvoorbeeld heel goed in talen en heeft moeite met wiskunde, voor een ander is het precies andersom. Afhankelijk van de behoefte van de leerling bepalen we wat voor ondersteuning we bieden. Meestal komt dat neer op twee huisdocenten, bijvoorbeeld een voor exacte vakken en een voor talen. Die komen dan allebei maximaal twee uur per week bij de leerling langs.’ 

En wat is de rol van de school hierin?
‘Met de school moeten afspraken worden gemaakt over wat er precies moet gebeuren en hoe we dat gaan aanpakken. Voor sommige vakken kan de leerling dan bijvoorbeeld werk digitaal inleveren en wordt dat nagekeken op school. Vaak stelt een mentor of afdelingsleider een prioriteitenlijst op van welke toetsen in ieder geval gemaakt moeten worden en welke misschien kunnen worden overgeslagen. Want je kunt met die vier uur per week nu eenmaal niet alles bijhouden. Soms is dat wel een discussiepunt, scholen geven niet zo gemakkelijk vrijstelling. Maar je kunt ook denken: als een leerling die stof goed heeft doorgewerkt met een huisdocent, kun je ervan uitgaan dat het OK is. Het allerbelangrijkste is dat leerlingen niet te ver achterop raken. Het grote gevaar is dat ze denken: ik heb al 4 toetsen gemist, het heeft nu toch geen zin meer om door te gaan. Dat moeten we met z’n allen zien te voorkomen.’

Is er voor jullie iets veranderd sinds de invoering van passend onderwijs?
Ja, ik merk dat we steeds meer aanmeldingen binnenkrijgen: scholen zijn zich er nu beter van bewust dat ze iets moeten regelen voor leerlingen die ziek thuis zitten. Maar tegelijkertijd moeten we ons werk meer beperken en die limiet van 8 weken strenger hanteren. Vroeger konden we dan nog denken: we gaan nog even door met deze leerling, want hij of zij krijgt waarschijnlijk wel een rugzakje. Maar dat is niet meer zo. Dus leerlingen die echt langdurig ziek zijn, die kunnen we helaas niet helpen.

Wat is het mooiste aan dit werk?
Wat heel veel voldoening geeft, is dat je leerlingen met weinig middelen zoveel verder kunt helpen. Het gros van de leerlingen die we begeleiden gaat na verloop van tijd terug naar school en de meesten halen hun jaar nog. En ook als ze een jaar moeten overdoen, hebben ze tenminste niet stilgezeten. We merken vaak dat leerlingen heel veel opsteken van die 1-op-1-begeleiding: niet alleen op het gebied van de lesstof zelf, maar vooral ook als het gaat om studievaardigheden. Je kunt ze een ongelooflijke push geven op het gebied van efficiënt werken: goed kijken naar de structuur van een lesboek, de samenvatting van een hoofdstuk gebruiken, een diagnostische toets maken. Vaak hebben leerlingen daar heel veel aan.’

Meer informatie? Kijk op www.huisonderwijsamsterdam.nl

19 mei 2016