Dit is ons Woordenboek

Basisondersteuning

De Amsterdamse scholen hebben samen afgesproken welke ondersteuning iedere school in elk geval moet bieden, bijvoorbeeld op het gebied van faalangst, leerachterstanden, slechthorendheid en dyslexie.

Begeleider passend onderwijs

Iedere school heeft een begeleider passend onderwijs. Deze is er om leerlingen en docenten extra te begeleiden. De begeleider passend onderwijs werkt nauw samen met de zorgcoördinator, de ouder- en kindadviseur en andere professionals van het Ouder- en Kindteam, zoals de jeugdpsycholoog, de jeugdarts en de jeugpassend onderwijs. Deze is er om leerlingen en docenten extra te begeleiden. De begeleider passend onderwijs werkt nauw samen met de zorgcoördinator, de ouder- en kindadviseur en andere professionals van het Ouder- en Kindteam, zoals de jeugdpsycholoog, de jeugdarts en de jeugpassend onderwijs werkt nauw samen met de zorgcoördinator, de ouder- en kindadviseur en andere professionals van het Ouder- en Kindteam, zoals de jeugdpsycholoog, de jeugdarts en de jeugdverpleegkundige.

Onderwijs-zorgarrangementen

Sommige leerlingen hebben (tijdelijk) meer ondersteuning nodig dan regulier onderwijs kan bieden, zoals een kleine klas, persoonlijke begeleiding of psychologisch onderzoek.

Clusters

Voor leerlingen met een lichamelijke of verstandelijke beperking of zware problematiek is er voortgezet speciaal onderwijs, verdeeld in vier clusters voor leerlingen met verschillende ondersteuningsbehoeften.

Cluster 1

Voortgezet speciaal onderwijs voor blinde en slechtziende leerlingen. De scholen van Cluster 1 zijn geen onderdeel van het Samenwerkingsverband.

Cluster 2

Voortgezet speciaal onderwijs voor kinderen met een communicatieve beperking (gehoor-, taal- en/of spraakproblemen). De scholen van Cluster 2 zijn geen onderdeel van het Samenwerkingsverband.

Cluster 3

Voortgezet speciaal onderwijs voor langdurig zieke en gehandicapte leerlingen.

Cluster 4

Voortgezet speciaal onderwijs voor leerlingen met ernstige psychische stoornissen en ernstige gedragsproblemen.

Kernprocedure

De scholen en de gemeente hebben afspraken gemaakt over de regels horen bij overstappen naar een ander soort onderwijs.

Leerwegondersteunend onderwijs

Voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben om een vmbo-diploma te kunnen halen, is er het leerwegondersteunend onderwijs (Lwoo). Zij zitten bijvoorbeeld in aparte klassen of krijgen extra individuele ondersteuning.

Ondersteuningsplan

Ieder samenwerkingsverband stelt een Ondersteuningsplan op. Daar staat in welke afspraken de scholen samen hebben gemaakt over de invulling van passend onderwijs in de regio.

Ondersteuningsplanraad

De Ondersteuningsplanraad is een speciale medezeggenschapsraad van het Samenwerkingsverband. Heeft u ideeën of kritische opmerkingen over passend onderwijs in Amsterdam, dan kunt u daarmee bij de Ondersteuningsplanraad terecht.

OPR

De Ondersteuningsplanraad is de medezeggenschapsraad van het Samenwerkingsverband. Heeft u ideeën of kritische opmerkingen over passend onderwijs in Amsterdam, dan kunt u daarmee bij de Ondersteuningsplanraad terecht.

Lwoo

Voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben om een vmbo-diploma te kunnen halen, is er het leerwegondersteunend onderwijs (Lwoo). Zij zitten bijvoorbeeld in aparte klassen of krijgen extra individuele ondersteuning.

Ontwikkelingsperspectiefplan

Voor leerlingen die behoefte hebben aan extra ondersteuning, stellen scholen een ontwikkelingsperspectiefplan op met daarin onder meer welke ondersteuning de leerling nodig heeft en hoe de school dit gaat verzorgen.

Ouder- en kindadviseur

Alle Amsterdamse scholen hebben een ouder- en kindadviseur. U kunt bij hem of haar terecht met vragen en zorgen over het opvoeden en opgroeien van uw kind.

Ouder- en Kindteam

Iedere wijk in Amsterdam heeft een Ouder- en Kindteam. Dat is een team van ouder- en kindadviseurs, jeugdverpleegkundigen, jeugdartsen, jeugdpsychologen en assistenten.

OKT

Iedere wijk in Amsterdam heeft een Ouder- en Kindteam. Dat is een team van ouder- en kindadviseurs, jeugdverpleegkundigen, jeugdartsen, jeugdpsychologen en assistenten.

Passend onderwijs

De Wet Passend onderwijs beschrijft de manier waarop het onderwijs aan kinderen die extra ondersteuning nodig hebben is georganiseerd. Het idee is dat alle leerlingen een onderwijsplek moeten krijgen die past bij hun mogelijkheden.

Praktijkonderwijs

Praktijkonderwijs (Pro) is er voor leerlingen die wel een vak kunnen leren, maar voor wie ook met extra hulp het vmbo te zwaar is.

Voortgezet speciaal onderwijs

Sommige leerlingen hebben meer ondersteuning nodig dan het reguliere onderwijs kan bieden. Voor deze leerlingen bestaan er scholen voor voortgezet speciaal onderwijs, onderverdeeld in vier clusters voor leerlingen met verschillende ondersteuningsbehoeften.

VSO

Sommige leerlingen hebben meer ondersteuning nodig dan het reguliere onderwijs kan bieden. Voor deze leerlingen bestaan er scholen voor voortgezet speciaal onderwijs (VSO), onderverdeeld in vier clusters voor leerlingen met verschillende ondersteuningsbehoeften.

Zorgadviesteam

Soms heeft een leerling meer ondersteuning nodig dan de school zelf kan bieden. In zulke gevallen kan de school, in overleg met de ouders, het Zorgadviesteam inschakelen.

Jeugdarts

Met behulp van een gezondheidsdossier en een screeningsonderzoek brengt de jeugdarts problemen in kaart.

Mentor

De mentor houdt in de gaten hoe leerlingen zich ontwikkelen en is het eerste aanspreekpunt voor ouders en leerlingen. De mentor let niet alleen op de schoolprestaties van leerlingen, hij of zij kijkt ook naar zaken als sociaal-emotioneel welbevinden, verzuim en lichamelijke gezondheid.

Zorgcoördinator

De zorgcoördinator is gespecialiseerd in het signaleren van extra ondersteuningsbehoeften en voor het inzetten van de juiste hulp en ondersteuning voor de leerling.

Pro

Praktijkonderwijs (Pro) is er voor leerlingen die wel een vak kunnen leren, maar voor wie ook met extra hulp het vmbo te zwaar is.