Serious gamen op het Cygnus Gymnasium
Stel dat leerlingen zich net zo fanatiek op de lesstof storten, als op een nieuw level in een computergame? Stel dat hoogbegaafde leerlingen uitgedaagd worden om een stap extra te zetten en als minder sterke leerlingen uit zichzelf extra gaan oefenen? Welke mogelijkheden zou dat bieden voor ons onderwijs? Op het Cygnus Gymnasium ontwierp de werkgroep Ludodidactiek spellen op basis van leerprocessen en gameprincipes.

Dankzij een subsidie van het Samenwerkingsverband Amsterdam Diemen konden vijf docenten tijd vrij maken om aan ludodidactisch lesmateriaal te werken.
Werkgroep
De werkgroep gebruikt gameprincipes en inzichten uit de motivatietheorie om spellen te ontwikkelen die leerlingen motiveren. Geschiedenis docent Mirjam Braaksma: “Het toepassen hiervan is een proces van vallen en opstaan, testen en aanpassen. Het vergt creativiteit. Dit lukt alleen als je voldoende tijd en ruimte ervaart om hier rustig voor te gaan zitten. De subsidie van het Samenwerkingsverband maakte het mogelijk om hier tijd voor vrij te maken".
De games
Voorafgaand aan dit project volgde Mirjam Braaksma de module ‘ludodidactiek’ aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Ze ontwikkelde een geschiedenisgame bij de examenstof. De werkgroep ontwierp onder andere een begrippenspel voor geschiedenis in de onderbouw en verschillende escapegames voor de klassieke talen en biologie. Jeske Hendriks ontwierp het spel Geneticats, dat leerlingen meer inzicht geeft in de wisselwerking tussen genotypen en fenotypen.
Differentiëren met games
Deze spellen helpen docenten om te differentiëren in de klas. “Je kunt hoogbegaafde onderpresteerders uitdagen en tegelijk zorgen voor extra oefening voor leerlingen die dat nodig hebben.” Mirjam en Jeske geven dit schooljaar een cursus aan collega’s om de kennis over Ludodidactiek onder het team te verspreiden. De spellen zijn online toegankelijk op een website voor andere docenten.
Succesvol
De manier van werken is succesvol. Dat blijkt wel uit opmerkingen van docenten: ‘De leerlingen wilden niet stoppen toen de bel ging.’, ‘Leerlingen die normaal niets doen in de les, waren nu het meest fanatiek.’ en ‘Ik hoefde helemaal geen orde te houden in de anders zo lastige klas’.

