Staat van het Amsterdamse funderend onderwijs 2026

Schoolbesturen uit het primair en voortgezet onderwijs en de gemeente Amsterdam onderzochten gezamenlijk de thema’s uit de Onderwijs Ambities Amsterdam 2023-2027Opent in een nieuwe tab. Hoe gaat het met de leerlingen en leraren op de 327 scholen in het Amsterdamse funderend onderwijs?

Staat van het onderwijs 2026

Uitdagingen in het Amsterdamse funderend onderwijs

De resultaten uit dit onderzoek zijn samen te vatten in vijf hoofdlijnen:

  1. Het onderwijs is divers, maar gesegregeerd naar opleidingsniveau van ouders.
    Het Amsterdamse funderend onderwijs kent een grote diversiteit aan schooltypen en onderwijsconcepten. Toch vertaalt deze diversiteit zich niet altijd naar de schoolpopulatie. Het opleidingsniveau van ouders heeft hierbij een sterke invloed.
  2. Het lerarentekort neemt af, maar blijft urgent.
    We komen in Amsterdam voor het tweede jaar op rij minder leraren tekort. De verschillen tussen scholen en stadsdelen zijn wel groot. De verwachting is dat het tekort over een paar jaar weer toeneemt.
  3. Leerprestaties stijgen op basisscholen, wisselend beeld op middelbare scholen.
    Leerlingen op Amsterdamse basisscholen kunnen steeds beter lezen en rekenen, maar de verschillen tussen scholen blijven groot. Op de middelbare scholen zien we gemiddeld over alle onderwijstypen een verslechtering in zowel de leesvaardigheid als de vaardigheid in rekenen-wiskunde. De grootste problemen zijn er op het vmbo, op het vwo zijn de resultaten stabiel.
  4. Onderwijsuitkomsten zijn ongelijk verdeeld over de stad.
    Scholen in de minder welvarende stadsdelen hebben meer last van het lerarentekort. In die delen van de stad zijn er flinke verschillen in de behaalde niveaus voor lezen en rekenen en is er een opeenstapeling van ongunstige uitkomsten.
  5. Er zijn zorgen over het welzijn van meiden en over thuiszittende leerlingen.
    Het welzijn van meiden vraagt blijvende aandacht. Zij ervaren vaker dan jongens psychische klachten en stress door school of huiswerk, voelen zich vaker eenzaam en lijken minder weerbaar. Ook vraagt het aantal thuiszittende leerlingen om extra inzet. Dit is de laatste jaren verdubbeld in zowel het primair als het voortgezet onderwijs.