Niet de leerling aanpassen, maar de school
Minstens 10 tot 15 procent van de leerlingen is neurodivers (autisme, ADHD, taalontwikkelingsstoornis) of heeft een beperking als gehoorverlies. Voor deze leerlingen is een schooldag vaak zwaarder dan nodig. Hoe je voor hen het verschil kunt maken? Niet met een speciale aanpak, maar door de omgeving te veranderen. Ontwikkelingspsycholoog Carolien Rieffe vertelt over de rol van het schoolgebouw en de concrete aanpassingen die je als school kunt doen.

Carolien Rieffe doet onderzoek naar neurodiverse leerlingen en leerlingen met gehoorverlies. "Een voorzichtige schatting is dat het om zo'n 10 tot 15 procent van de leerlingen gaat," vertelt ze. "Maar vermoedelijk ligt dat percentage veel hoger. Het gaat dus om een grote groep leerlingen, met specifieke behoeften en kwaliteiten die je van buitenaf niet ziet. Dit zorgt voor extra uitdagingen."
Sociale vaardigheden leer je niet op afstand
Een van die uitdagingen is dat deze leerlingen minder toegang hebben tot de sociale omgeving, terwijl dat op deze leeftijd juist essentieel is voor een goede ontwikkeling, zowel sociaal als academisch. Een sociaal netwerk bouw je op door interactie met elkaar. Op het schoolplein, in de kantine of in de gangen. Rieffe is daar helder over: "Sociaal zijn leer je niet op afstand, via een training, of uit een boek. Het is net als met autorijden: je moet het zelf ervaren. Afzonderen ontneemt deze leerlingen juist de kansen die ze nodig hebben. Wat je wilt, is een omgeving waarin elke leerling zich vrij en welkom voelt om volwaardig mee te doen; op een manier die past.”
De gebouwde omgeving als struikelblok
Uit onderzoek van Rieffe en anderen komen steeds dezelfde knelpunten: te veel lawaai, slechte akoestiek, geen rustige plek, te veel visuele prikkels, nergens een zitplaats. De pauze, bedoeld om bij te tanken, werkt voor deze leerlingen vaak averechts. Rieffe: “Vooral veel neurodiverse leerlingen verzinnen strategieën om de schooldag te overleven: ze gaan alvast in het volgende leslokaal zitten, doen alsof ze druk bezig zijn of schuilen onder de trap. En dat terwijl ze vaak helemaal niet apart wíllen zitten. Ze willen er wel bij zijn, maar gewoon even geen contact, of liever een-op-een contact met één medeleerling.”
Rieffe keek ook naar tientallen factoren die samenhingen met schoolverzuim, van thuissituatie tot klasgenoten. Eén factor bleek doorslaggevend: de gebouwde omgeving.
Ontwerpen voor neurodiversiteit
Lang lag de focus op het aanpassen van het leerling aan de omgeving. Rieffe keert die redenering om. "Het is beter om de omgeving aan te passen aan de leerling. Autismevriendelijke architectuur gaat niet over aparte lokalen of speciale sleutels. Dat stigmatiseert en isoleert. Het gaat over diversiteit inbouwen in de gewone omgeving. Daar profiteert bovendien iedereen van; alle leerlingen zitten liever in zogenaamde ‘autismevriendelijke’ ruimtes.”
Architect Magda MostafaOpent in een nieuwe tab ontwikkelde daarvoor elf ontwerpprincipes, waaronder goede akoestiek, voorspelbare routes, laagdrempelige rustplekken, overzichtelijke zones, overgangszones, verschillende prikkelniveaus en een veilige sfeer. De kern: zorg voor keuzevrijheid. Niet iedereen wil rust, sommige leerlingen zoeken juist prikkels.
Kleine aanpassingen, groot effect
Een grote verbouwing hoeft niet meteen. Met kleine aanpassingen kun je je schoolgebouw ook vaak al aanzienlijk verbeteren:
- Breng de akoestiek in kaart: waar is het te luid?
- Creëer verschillende rustige plekken in de school die voor iedereen toegankelijk zijn, zonder procedure.
- Maak looproutes overzichtelijk en voorspelbaar, bijvoorbeeld met een lijn op de vloer.
- Zorg voor overgangszones, bijvoorbeeld tussen schoolplein en klaslokaal.
- En vooral: vraag het aan de leerlingen zelf: waar voel jij je prettig, en waar niet, en hoe zou je dit oplossen?
Zorg voor de juiste condities
Rieffe vertelt over een middelbare school die boots plaatste in de centrale hal en gangen. Boots zijn open, gedeeltelijk afgeschermde, zitplekken voor maximaal 2 personen. Je zit er even apart, maar blijft wel deel van de openbare ruimte. Geen sleutel, geen toestemming, geen stigma. Beschikbaar voor iedereen, altijd. Rieffe: "Het mooie is dat daar de interacties plaats vonden. Precies daar kregen autistische leerlingen voor het eerst contact met medeleerlingen." Wat niet lukte op een druk schoolplein, lukte daar wel; omdat de condities goed waren en diversiteit faciliteerden.
Een schoolgebouw is geen neutrale omgeving. Het zorgt dat mensen zich meer of minder welkom voelen. Dat is een keuze die je als school kunt maken.
Dit artikel is gebaseerd op de presentatie die Carolien Rieffe gaf op de Inspiratiemiddag over inclusieve huisvesting. Meer informatie vind je op de website van haar onderzoeksgroep Building 4 BelongingOpent in een nieuwe tab. Heb je vragen of wil je iemand laten meekijken in je schoolgebouw om te zien welke aanpassingen er gedaan kunnen worden? Neem dan contact op met coördinator huisvesting Yvonne van Mastwijk.
Vragen of opmerkingen?
Vul dit formulier in. Wij nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Gaat je een vraag over een specifieke leerling, vermeld dan ook je telefoonnummer en of de leerling ingeschreven staat op een school (en zo ja: welke school).


